Duurzaam bouwen: minder energieverbruik en minder waterverbruik

a. compact bouwen

Bij compact bouwen gaat men er voor zorgen dat er zo weining mogelijk buitenoppervlakte (vloer, glas, wand en dak) is waarlangs warmte kan verdwijnen. Later zal er dan ook minder moeten worden gestookt om de temperatuur op peil te houden. Een goed voorbeeld hiervan is een rijwoning met een verdieping op de benedenvloer en juist onder het dak. Bij dergelijke woning heb je slechts twee buitenmuren en de buren zorgen ervoor dat ze elkaar warm houden. Hiertegenover staat open bebouwing. Dergelijke huizen hebben veel hogere verwarmingskosten. Men kan bij halfopen of vrijstaande bebouwing wel proberen het verliesoppervlak te reduceren door in- of uitspringende muren zoveel mogelijk te vermijden. Een vide of open plan is van is wek af te raden omdat er hierbij telkens te grote ruimtes moeten worden opgewarmd.

b. Oriëntatie

Een belangrijk punt is de oriëntatie en indeling van de woning. Door optimaal gebruik te maken van passieve zonne-energie kan men van 5 tot 10 procent besparen op verlichting en verwarming van de woning. Je kan er in de praktijk bijvoorbeeld voor zorgen om eethoek, zithoek en keuken zoveel als mogelijk naar het zuiden/zuidwesten te oriënteren. Slaapkamers en badkamer kan men best richting het zuidoosten inplanten en de garage, hal en eventuele berging naar het noorden. Om oververhitting tegen te gaan in de leefruimtes zorgt men best voor zonnewerende element zoals regelbare buitenzonwering, zonnewerende beglazing of struiken en bomen die in de herst hun bladeren verliezen. Om nog extra zon te winnen kan men er ook voor zorgen om aan de zuidkant grotere glasoppervlakten te voorzien. Men overdrijft hier echter beter niet teveel mee omdat een goed geïsoleerde muur nog altijd beter isoleert dan het beste isolerende glas. Een gulden regel is dat het totale glasoppervlak best kleinder is dan 1/6 van het totale vloeropppervlak.

c. Glas

Voor gewoon glas geldt een U-waarde van 2.9. Dit is echter niet meer voldoende voor de voorschriften van de energieprestatieregelgeving (EPB) want volgens die regels moet de U-waarde van glas kleiner zijn dan 1.6 W/m²K.

d. Isolatie

Het maximale K-peil of isolatiepeil van een nieuwe woning is K45. De EPB wetgeving leg ook maximale E-peil (energieverbruik van de woning) en maximum U-waarden voor constructieonderelen op. Het meest extreme is een volledig passieve woning. Bij dergelijk woning is de isolatie zo goed georganiseerd dat er zo goed as geen extra verwarmingselementen meer nodig zijn. Machines (tv, koelkast, enz. ) en inwoners produceren immers zelf voldoende warmte om het warmteniveau op peil te houden.

e. Koudebruggen

Wat men in alle omstandigheden moet proberen te vermijden zijn koudebruggen. Dit zijn plaatsen in de woning waar de thermische isolatie wordt onderbroken. Dit zijn de plaatsen waar veel warmte en dus energie verloren gaat.

Condensatie is het proces waarbij warme binnenlucht in contact komt met een koud oppervlak. Condensatie kan nare gevolgen hebben zoals het ontstaan van schimmels of reukginder. Plaatsen waar men extra veel aandacht moet besteden om condensatie te vermijden zijn dorpels, balken boven deuren en vensters, balkons die doorlopen van buiten naar binnen of funderingsaansluitingen.

f. verwarming

Bij een verwarmingselement is het vooral belangrijk dat ze een hoog rendement haalt. Dit betekent dat ze zoveel mogelijk nuttige warmte moet leveren in verhouding tot de eenheden energie die daarvoor gebruikt moeten worden. Een hoogrendementsketels op gas heeft best een HR+ label. Een verwarming die gebruik maakt van stookolie best een Optimaz-label. Deze ketels hebben een hoog rendement, zeker en vast wanneer ze gecombineerd worden met een verwarmingssysteem dat warm water op relatief lage temperatuur gebruikt als vloerverwarming.

Condensatieketels gaan de verbrandingsgassen en de warmte van waterdamp hergebruiken in de ketel. Andere ketels laten deze warmte verdwijnen langs de schoorsteen. Dit in combinatie met afsluitbare radiatoren met thermostaatvoelers in kamers met een zeer wisselvallig gebruik zorgt voor het zuinigste gebruik. Alle kamers worden dan op een efficiënte manier verwarmd, wanneer dat voor u nodig is.

De nieuwste generatie gevelkachels zijn redelijk goedkoop en halen een rendement van meer dan 80 procent. Ze hebben geen nood aan een schoorsteen of stookplaats en werken snel en soepel. Goed geïsoleerde woningen hebben zowiezo minder energie nosig. Of u dan gebruik wenst te maken van stookolie of gas is dan niet meer zo belangrijk. Elektrisch verwarmen is echter af te raden. Het is vanuit ecologisch standpunt volledig onaanvaardbaar en daarenboven is het ook enorm duur in gebruik. Een elektriciteitscentrale levert een rendement van amper 35 procent. Dat betekent dat voor elke eennheid electriciteit die bij je thuis wordt afgelverd, er 3 eenheden primaire energie moeten worden gebruikt.

g. verlichting

Maak voor de verlichting zoveel mogelijk gebruik van daglicht. Voor de punten in de woning die maar 2à3u branden zoals bijvoorbeeld de werkkamer, overloop, keuken of woonkamer kan men best gebruik maken van spaarlampen. Dergelijk spaarlampen gaan tot 10 maal langer mee dan een gewone gloeilamp en gebruiken daarenboven 4 à 5 maal minder energie. Er zijn 2 soorten spaarlampen. Compacte fluorescentielampen en gewone TL lampen. Lampen met een elektronische ballast zijn het meest gebruiksvriendelijk. Deze ontsteken meteen zonder flikkering.

h. sanitair warm water

Een heleboel energie gaat verloren doordat water tussen twee aftapmomenten afkoelt. Men opteert er beter voor om 1 leidingkoker te voorzien en alle ruimtes waar een grote hoeveelheid water nodig is rechtstreeks aan de leidingkoker te grenzen. Men doet er ook goed aan om de lengte van de leiding tussen verwarmingsketel en tappunt niet langer dan 5 m te maken. Hoe langer de leiding, hoe langer het duurt vooraleer er warm water uit de kraan komt en hoe meer energie er dus ook verloren gaat. Ook de diameter speelt een belangrijke rol bij de leiding. Hoe kleinder de diameter, hoe minder energie er verloren gaat.

Een douche verbruikt normaal tussen de 10 en 18 liter water per minuut. Een goede spaardouchekop met een goeie verdeling van het water kan er echter voor zorgen dat het verbruik wordt verminderd naar 5 à 7 liter. bij wastafels en kranen kan een debietgrenzer geplaatst worden. Een thermostaatkraan is ook aan te raden omdat deze ervoor zorgt dat het water sneller op de juiste temperatuur is.

i. regenwater

Regenwater kan voor een aantal huishoudelijke taken een grote hulp zijn en gebruikt worden in de plaats van stadswater. Zo kan u er de wagen mee wassen, de kledij mee reinigen, de toiletten doorspoelen of de de tuin ermee besproeien. U bespaart al snel 30 tot 35 procent op het huishoudelijke leidingwater. In veel gemeentes krijgt u daarenboven subsidies en betaalt u minder afvalwaterheffing als u gebruik maakt van regenwater.

j. zonneboiler

Systemen die gebruik maken van een zonneboiler omvat 1 of meerdere zonnecollectoren , een regeling voor de temperatuur en een voorraad water. Het zonlicht dat wordt opgevangen wordt geconcentreerd op buizen waarin het vloeistof circuleert. Via een warmtewisselaar wordt de warmte dan overgebracht naar een voorraadvat. Op en jaar tijd kan een zonneboiler er voor zorgen dat er voor de helft bezuinigd wordt op de verwarming van water voor douche, bad of keuken. In het winterseizoen kan het wel nodig zijn om bij te verwarmen met een klassieke installatie.

k. fotovoltaïsche zonnepanelen

Bij fotovoltaïsche zonnepanelen zijn er panelen die waarin zonnecellen worden geplaatst, een montagekit om de panelen op het dak vast te plaatsen en bekabeling en een transformer die de opgewekte gelijkstroom omzet in wisselstroom van 23 Volt. Fotovoltaïsche cellen kunnen zeer interessant zijn op een milieuvriendelijke manier energie op te wekken. Door uw eigen productie van elektriciteit kan de teller van uw energieleverancier trager gaan draaier. Indien u zelfs meer produceert dan u verbruikt draait de teller achteruit en komt de overige stroom op het elektriciteitsnetwerk terecht en wordt u zelf in feite leverancier.Er is maar 1 nadeel, fotovoltaïsche zonnepanelen zijn op dit moment nog zeer duur.

l. warmtepomp

De werking van een warmtepomp kan vergeleken worden met die van een koelkast, maar dan wel in de omgekeerde richting. Een koelvloeistof wordt onder hoge druk samengeperst en onttrekt zo warmte aan de grond, grondwater of zelfs de lucht. Wanneer de vloeistof dan vervolgens ontspant wordt er opgenomen warmte afgegeven aan het verwarmingscircuit van de woning. Om een warmtepomp te doen werken is er elektrische energie nodig. De verhouding tussen de benodigde ernergie en de hoeveelheid afgegeven warmte noemt men de Coëfficient of perfomance (COP). Hoe hoger het temperatuursverschil tussen de afgiftekring en de omgeving, hoe meer elektriciteit er nodig is om de warmte over te hevelen.
De warmte kan worden opgenomen uit de buitenlucht (COP van ongeveer 3), gesloten kring in de tuin (COP die hoger ligt dan 4) of uit het bodemwater (COP is meestal hoger dan 5). Het meest interessante voor een modale woning is een gesloten circuit in de tuin omdat bomemwater meestal niet, of in onvoldoende kwaliteit aanwezig is en buitenlucht het nadeel heeft dat bij zeer koude buitentemperaturen het systeem niet volstaat om de volledig warmtebehoefte te dekken. Een warmtepompt is op het eerste zicht een dure investering maar met de stijgende energieprijzen is het steeds interessanter om voor dit systeem te kiezen. Het best wordt een warmtepomp gecombineerd met vloer- of wandverwarming. Een warmtepomp kan zowel geïnstalleerd worden in een nieuwe woning of een verbouwde woning. Het vraagt echter wel de nodige integratie en berekening van het rendement.